Hokjesdenken

‘’Het zijn altijd de witte westerse fotografen geweest die de Masai in beeld hebben gebracht, die dat clichébeeld hebben ontwikkeld. En nu ga jij dat cliché weerleggen. De macht over de representatie van de Masai is dan nog steeds in handen van de witte westerse fotograaf.’’ Verweet Stanley Wolukau Wanambwa de Nederlandse Fotograaf Jan Hoek n.a.v. zijn project New Ways Of Photographing The New Masai. 

Volgens Jan Hoek wilde Wanambwa duidelijk maken dat het doel van het project misschien oké was, maar de machtsstructuren in het project onaangetast bleven. “We zijn er tegenwoordig van overtuigd dat mensen hun eigen groep moeten kunnen representeren.” zegt Fotograaf Jan Hoek in een interview met Mister Motley. Jan Hoek wordt geïnterviewd voor “Tendens”. Één van de onderdelen van Mr Motley waarin opvallende tendensen uit de beroepspraktijk met makers besproken wordt. Tendens van deze week, waarin ook het interview met Jan Hoek te vinden is,  is “Hokjesdenken”, tendens nummer 11.

“Categoriseren, opdelen, structureren; het menselijke brein lijkt eruit te bestaan dingen benoembaar en daarmee begrijpelijk te maken terwijl men zich anderzijds steeds bewuster wordt van de beperkingen en gevaren van stereotyperende hokjes. Hoe om te gaan met ‘het een’ en ‘het ander,’ en de verschillende waardeoordelen die hierin verborgen liggen? Kunsthistoricus Vincent van Velsen tast af hoe taal ons denken beïnvloedt en onderzoekt de (onderdrukkende) krachten van alles willen be-grijpen. Kunstenaar Vibeke Mascini beschrijft de drang aarde, landen en steden in kaders onder te brengen en in een interview legt Jan Hoek uit dat hij zijn niet-in-hokjes-onder-te-brengen modellen, toch in hokjes onderbrengt, júist om clichébeelden te bevechten.” Alle 3 de artikelen bieden me een goede start om mijn onderzoeksvraag goed te introduceren. Ze maken duidelijk wat het probleem van hokjesdenken voor onze maatschappij is, wat het betekent om alles te structureren en te kaderen, wat het betekent om in stereotypen te denken, zodat we de wereld kunnen begrijpen.

Met name de uitspraak van Jan Hoek zet me aan het denken. De structuur en opbouw van hedendaagse single – profileringssites is te herleiden naar de eerste identiteitsadministratie . De sites geven structuur, categorieën en overzicht. Wat zou er gebeuren als je de betrokken singles vraagt, via brainstorm en schetsen, om een eigen interactie te bedenken waarin zij zichzelf voorstellen?