Publicatie 01 – schets 1 – Critical Reading: hoeveelheden fotografie

Voordat ik aan deze master begon had ik niet in de gaten dat het medium fotografie, waar ik al jaren in werk, ter discussie zou komen te staan. Bij de start dacht ik dat de research zou gaan over het tegengaan van te gemakkelijke menselijke representatie. Via onderzoek hoopte ik op andere strategieën uit te komen die fotografie aan zouden vullen met andere media. Het streven is tijdens mijn master tot een andere representatie te komen die meer recht doet aan de weergegeven mens. Ik dacht meer interdisciplinair te gaan werken naar een totaalervaring van iemands identiteit.

In plaats daarvan onderzocht ik geleidelijk aan de consequentie van menselijke weergave binnen grote hoeveelheden beeld. Wat gebeurt er met de waarde van deze weergave en wat gebeurt er vervolgens met het verhaal wat achter het beeld schuil gaat? Al lezend en kijkend realiseerde ik me dat de veranderde context waarin we de representaties plaatsen een enorme impact heeft op hoe we iemands beeld in ons op nemen en door laten werken, maar ook op de rol die de fotografen nemen t.o.v. hun eigen medium verandert. In deze tekst begeef ik me via de representatie van de mens in de fotografie en bekijk de invloed van hoeveelheden beeld op de waarde van de mens, om zo te bezien óf en in welke vorm, fotografie mijn waarden als maker nog wel kan dienen. Het bestuderen van de impact van de hoeveelheid, waarin het fotografisch beeld gedeeld wordt, had ik nodig om de een mogelijke keuze voor meer interdisciplinariteit te onderbouwen.

Leo Erken, docent fotografie, waarschuwt in Maart 2018 in Pf (1) zijn collega’s in het werkveld – fotografen, docenten en studenten – voor de veranderingen in de economische positie van Fotografie. Schrijvend vergelijkt hij fotografen met pottenbakkers en keramisten (2). “In de industrie zijn pottenontwerpers nodig, maar niet zoveel als de miljoenen zelfstandige pottenmakers en glasblazers die de wereld vroeger telde,” schrijft hij, verwijzend naar de overvloed aan fotografie in de huidige media die de positie van de professionele fotografen bedreigt. In April post Leo Erken de column op Facebook, voor eigen netwerk. Documentaire fotograaf Geert van Kesteren reageert op het bericht met; “ongeveer 1,3 triljoen foto’s zijn er in 2017 gemaakt. Nogal logisch dat tijden veranderen. Namelijk, fotografie leeft als nooit tevoren.” (3)

De column van Leo Erken gaat in op de economische factoren waarin het voor fotografen moeilijk overleven is omdat fotografen tegenwoordig voor hun exposure betalen, projecten voornamelijk bekostigen via crowdfunding met hulp van vrienden en familie én vervolgens fotoboeken maken die nauwelijks het grotere publiek bereiken. “We hebben een nieuwe talentvolle kunstgeneratie hard nodig om de verhalen, de metaforen en de dialogen waarop onze maatschappij is gebaseerd mede vorm te geven en te hervormen. Ook in economische zin.” Waarschuwt Erken.Ik worstel als documentaire fotograaf al lang met de waarde van mijn werk. Welk beeld is waardevol om te delen en hoe verhoudt het zich tot de overvloed aan beelden? Krijgen projecten hun verhaal nog wel vertelt of lijkt in de overvloed alles zo’n beetje op elkaar? En lijkt mijn persoonlijke bevlogenheid, de overtuiging om de wereld daadwerkelijk met mijn werk te verbeteren, op die naïviteit van alle andere fotografen, kunstenaars en ontwerpers die met dezelfde bevlogenheid werken en nauwelijks hun lasten kunnen betalen? Lijkt mijn werk op dat van velen? En mijn storytelling ook? Langzaam ben ik minder gaan produceren en minder gaan publiceren. Mijn laatste project kostte me veel tijd, geld en bevlogenheid, ten koste van tijd die ik door had kunnen brengen met partner, kinderen, familie en dierbare vrienden. En dat terwijl ik in mijn projecten waardevolle intermenselijke interactie als uitgangspunt heb. Het lijkt, als ik kritisch naar mijn eigen inzet kijk, de wereld op zijn kop.

Volgens Erken is het onze taak om via beelden de verhalen, metaforen en dialogen waarop onze maatschappij is gebaseerd te communiceren. Maar wat nu als die verhalen overlappend aan elkaar en in overvloed worden verteld? Met andere woorden; wat als we daadwerkelijk worden overspoeld? Wordt het dan tijd voor een aantal beeldmakers, ontwerpers en kunstenaars om te stoppen en een andere weg in te gaan? Stop ik, of schakel ik over op een ander medium, een andere werkvorm of een ander verdienmodel?

Tijdens Les Rencontres d’Arles 2017 organiseert Transformations (4) een brainstorm (5) met Academie-docenten fotografie, curatoren, editors en fotografen over de vraag; “wat heeft de fotograaf van de toekomst nodig?” Volgens Transformations komt het geselecteerde gezelschap via verschillende sessies tot de conclusie dat de volgende generatie professionele fotografen zich moet onderscheiden door “The ability to tell stories, to capture a moment that transcends the one-dimensional, that engages, affects, informs and questions the viewer, these are the essential truths of photography.” En dit doet een toekomstige professionele fotograaf door “Transdisciplinary collaboration”, een hoge vorm van samenwerken waarin partners via co-creatie streven naar opgaan tot een geheel. Om dit te kunnen moeten huidige studenten Fotografie naast de traditionele vakkennis zoals fotografische technieken, fotografiegeschiedenis, auteurschap, ondernemerschap en ethiek, ook nieuwe vaardigheden beheersen waaronder social mediaskills, codering, teamwork, volledig kunnen integreren in een team, onderzoeksvaardigheden, bronnenonderzoek, onderhouden van een hybride beroepspraktijk, interactie met publiek, en meer. “Eigenlijk moet een fotograaf van alles iets weten”, zegt een van de deelnemers aan de Brainstorm. Ik herken in de beschrijvingen de ervaring dat je als maker versnipperd gaat werken en tijd kwijt bent met het onderhouden van je netwerk ten koste van effectieve werktijd in je studio.

Hetzelfde platform publiceert tijdens Fotofestival Les Rencontres d’Arles 2017 de ene na de andere tekst (6) over fotografie in de huidige veranderende wereld. In de introductietekst van het platform, geschreven door Anna Dickson, Photo Lead for the Content and Community team at Google, kom ik regelmatig de woorden “change, changing, exciting, flexible, new, adapteble” en “connect” tegen naast “photographers have to…” en “photographers need to…” Dickson schrijft; “As photography professionals, we have to understand that our role within the industry is changing, and, to me, it’s a more exciting time for imagery than ever before. As we all know by now, the rise of mobile phones and social media has moved us into an era where imagery is everywhere and everyone is a photographer. We have to be more flexible, adaptive and open-minded to the opportunities. A new culture of producing and consuming photographs is in place, challenging the profession of photographer as we once knew it. Photographers need to be adaptable because of the dynamism of the contemporary situation: the medium, platforms, industry, digital innovations, software developments, an increase in broadband width and availability, Wi-Fi, smartphones, tablets, digital platforms, moving-image functionality in stills cameras; the list of changes to a photographer’s practice goes on and on and on. We have to help others understand the impact of imagery.” Hoewel Transformations op zijn site claimt het gebruik en de noodzaak van fotografie te onderzoeken en overdenken, merk ik dat het verslag van de brainstorm zuiver spreekt over meer, meer diverse én andere platformen. Óf de noodzaak voor fotografie er daadwerkelijk nog is, hoe en in welke mate, wordt helaas niet besproken door de deelnemers. Jubbelend preikt “It is no longer possible to imagine a world without photography” bovenaan in meerdere artikelen.

“Houd men mij voor de gek?” bedenk ik me al lezend. “Of houd men zichzelf hier voor de gek?” Het platform bespreekt overlevingsstrategieën die meer nadruk leggen op samenwerking, transdisciplinariteit en cross-over, waarin actief fotograferen teruggedrongen wordt tot slechts een fractie van de werkzaamheden. Andere werkzaamheden groeien, zodat de fotograaf anticipeert naar een alles- en niets kunner tussen ontwerpers en mediavormgevers die fotografie er af en toe bij doen.

Economische waarde van geld, vertegenwoordigd de waarde aan goud die een Nationale bank in zijn kluis heeft liggen. De waarde van geld daalt als een Nationale bank besluit om geld bij te drukken. Hoe meer geld erbij gemaakt wordt, des te kleiner het aandeel dat het afzonderlijke biljet vertegenwoordigd van het goud. Er is dus een bepaald aantal biljetten in omloop wat gezamenlijk precies de waarde vertegenwoordigd van het goud. Zou fotografie, het representeren, op eenzelfde manier de waarde reduceren van wat het afbeeldt, wat het vertegenwoordigd, zoals dat met geld gebeurd? Is er sprake zijn van een kantelpunt qua hoeveelheid, waarin een type afbeelding stopt iets aan te tonen, te vertellen of te emanciperen? M.a.w. ten goede werkt? En kan het zijn dat een type fotografie, als het in productiehoeveelheid eenmaal het kantelpunt heeft bereikt ,niet meer op een goede manier vertegenwoordigd wat het oorspronkelijk bedoelde? M.a.w. dat het door de hoeveelheid waarin het geproduceerd wordt zelfs schadelijks is, stereotypeert en de oorspronkelijke waarde sterk devalueert?

“Tot op de dag van heden heeft iedere belangrijke fotograaf manifesten en credo’s geschreven waarin de morele en esthetische zending van fotografie wordt uiteengezet.” Schrijft Susan Sontag cynisch in On Photography (7). In dezelfde week dat ik de ‘exciting’ manifest-achtige teksten van Transformations en Leo Erken doorneem, post een afstuderend, voormalig, student zijn eigen fotografie-manifest waarin hij oproept tot licht versus bytes en aandacht versus nabewerking (8). Ik bewonder de misschien naïeve overtuiging, waarmee hij fotografie, vergelijkbaar met Erkens’ pottenmakers, opnieuw omarmt. Alle strategieën zie ik alleen niet direct als antwoord voor de overlevingskansen van verhalen en metaforen die de wereld werkelijk verbeteren, binnen de overvloed.

“Sociaal geëngageerde fotografen veronderstellen dat hun werk een soort stabiele betekenis kan overbrengen, de waarheid kan onthullen. Maar de betekenis is gedoemd te verwateren, gedeeltelijk omdat een foto altijd een bepaald object in een bepaald verband is; wat wil zeggen dat elk verband waarin een foto rechtstreeks nut kan hebben, onvermijdelijk wordt gevolgd door andere samenhangen waarin dat nut wordt verzwakt en steeds minder relevant wordt.”(9) vervolgt Susan Sontag. Verderop in het boek legt ze uit dat fotografie de wereld in feiten verdubbelt. De bron van fotografie is letterlijk onuitputtelijk. “Fotografie hoort bij rijke, spilzieke, rusteloze samenlevingen,” schrijft ze, “en is een werktuig van de massacultuur.”

“De betekenis IS het gebruik” (10), zegt Wittgenstein. “Op die manier draagt de aanwezigheid en verspreiding van alle foto’s dan ook bij tot de uitholling van het begrip betekenis, tot het verkavelen van de waarheid in betrekkelijke waarheden. Bij mensen schijnt je foto delen verwaterend te werken.” Mark Mieras, Nederlands Neuroloog zegt dat het plaatsen van je eigen beeltenis in de overvloed aan beelden van andere mensen op het internet, je zelfvertrouwen aantast. (11) De foto wordt uit zijn oorspronkelijke context gehaald – het eigen sociale netwerk – en geplaatst in een andere omgeving waarin het zijn betekenis verliest, omdat de man of vrouw, als mens, zijn betekenis verliest. Mieras bedoelt profielsites en datingsites. Volgens Mieras zorgt veel concurrentie, waar je je continu bewust van bent voor minderwaardigheidsgevoelens ten opzichte van de ander.

Helen Fischer, Amerikaans antropologe onderzoekt sinds 2004 neurologische voorkeuren van online profielen via de database van de Amerikaanse datingsite OkCupid. Ze is optimistisch over de liefde in het algemeen, maar merkt bezorgd op dat jonge mensen het definitieve kiezen voor een partner steeds langer uitstellen. “Niet omdat ze niet willen kiezen” merkt Fischer op, “maar omdat men niet meer durft te kiezen in de overvloed, bang om de verkeerde keuze te maken.” (12)  Transporteer ik deze twee gedachten – de devaluatie van beeld, vergelijkbaar met de devaluatie van geld én de gedachte dat positionering binnen een overvloed aan keuze leidt tot niet kiezen maar passeren – waar blijven we dan als fotografen in een medialandschap waarin 1,3 triljoen foto’s onze ervaringen rondposten?

Bronnen:

  • (1) Pf is een vakblad voor professionele fotografen
  • (2) De cijfers komen van Amerikaans marktonderzoeks-bureau InfoTech, gericht op de trends in digital imaging and document solutions industry.
  • (3) Pottenmakers en fotografen / Leo Erken / Pf magazine / Maart 2018  Leo Erken is docent fotografie aan de KABK en aan AKV St.Joost
  • (4) Transformations is een platform opgezet door Viewbook, een Nederlandse commercieel bedrijf voor professionele online portfolio’s
  • (5) https://viewbook.com/articles/transformations-brainstorm-arles
  • (6) https://viewbook.com/articles/open-minds-and-changing-roles
  • (7) On Photography, Susan Sontag p93
  • (8) Maksims Kačanovs – VOW OF THE PHOTOGRAPHIC CHASTITY
  • (9) On Photography, Susan Sontag p87
  • (10) On Photography, Susan Sontag p87
  • (11)
  • (12) https://www.ted.com/talks/helen_fisher_technology_hasn_t_changed_love_here_s_why