DE RELATIECRISIS MET FOTOGRAFIE


Liefde en Ambitie

Ik ben gek op foto’s; op reclamefoto’s, journalistieke foto’s, historische foto’s, portretten, reproducties, verzamelingen, omdat het me kennis geeft. Via foto’s kan ik de realiteit leren kennen en begrijpen. Kort na het afronden van de Bachelor Fotografie word ik voor het eerst achterdochtig m.b.t. de waarde en de macht van fotografie. In het realiseren van documentaire projecten merk ik dat de verhalen achter de foto’s tekort gedaan worden eel vervliegen. Mijn projecten veranderen niet echt iets aan de werkelijkheid van de mensen die ik fotografeer. Die ambitie had ik namelijk; sociale ongelijkheid laten zien en aanzetten tot verandering en gelijkwaardigheid. Omdat mijn vertrouwen in het fotografische beeld groot was, nam ik mijn achterdocht na de bachelor nog niet heel erg serieus. Mogelijk lag het aan mij en moest ik gewoon harder mijn best doen om het werk beter te laten communiceren.

Irritatie en verveling

In de projecten die ik de afgelopen jaren gerealiseerd heb, groeit mijn achterdocht. Ik voelde me gedwongen cliché onderwerpen in narratieve formats op stereotype manieren weer te geven. Anastasia Taylor-Lind, fotografe, omschrijft het op de website Transformations als volgt: As a freelance photo journalist it’s very easy to believe you are ‘the one’ generating story ideas, deciding what’s important to tell, but in reality you are working for an industry that demands pictures, feeding a market that demands a certain thing. “My experience on assignment is to go and illustrate a story that’s already been told.”

Ik herken me in de observatie dat je als fotograaf gewenst werk produceert. Mijn boek ‘Laten we voorop stellen dat je sowieso wordt geboren voor het geluk’, kun je als eerste ontsnappingspoging aan fotografische formats zien, op zoek naar andere storytelling.

Misschien lag het toch niet geheel aan mij? Maar aan het systeem waarin fotografie zich manifesteert? Ik raakte bijvoorbeeld verveeld met de fotoboekenmarkt waarin grafisch ontwerp fotografieprojecten tot kunst verheft i.p.v. dat foto’s het werk doen. Ik begon me te verdiepen in de relatie tussen fotografie, geld en machtsstructuren en werd kritisch over de belangen die fotografie, galeries, uitgevers en kunstmarkt aan elkaar verbindt. Ook begon ik me af te vragen of fotoprojecten daadwerkelijk invloed hebben op de omstandigheden van de mensen die gefotografeerd worden. Cynisch vermoedde ik dat die invloed maar klein was.

Geheelonthouding

En wat betekende dit dan voor mijn rol als maker? Voor wie fotografeer ik nog projecten, in de continue overdaad aan andere projecten, wanneer het werk en de energie na inspanning niet ten goede komt aan de onderwerpen die ik fotografeer? Ik stopte met het fotograferen van mensen en hun dilemma’s en werd geheelonthouder. Zelfs mijn moeder maakte grotendeels de foto’s van mijn kinderen. Een tijdje deed ik een uitstapje naar werken in gemengde technieken, druktechnieken en tekeningen uit een innerlijke behoefte.

Esthetisch spektakel

Prijswinnende projecten zoals ‘Incoming’ van Richard Mosse, een project waarin vluchtelingen van verre afstand worden gefilmd via een warmtegevoelige militaire camera, maakten me nog cynischer. Op drie grote schermen, voorzien van overdonderende geluidseffecten werd Incoming in 2014 getoond in the Barbican in Londen. Het werk ging niet over de vluchtelingen zelf, niet over de onmenselijke omstandigheden of over de ambitie daaraan iets met ‘Incoming’ te willen veranderen. Het was visueel esthetisch spektakel, wat de afstand tussen de vluchtelingen en publiek alleen nog maar groter maakte. Alsof we naar een epos kijken. Ben ik nou gek?

Een overvloed aan fotografie

Besluiteloos pakte ik onderwerpen op en legde ze ook weer neer. Het aantal fotografiebeurzen, fotofestivals, tentoonstellingen, fotoboeken, posts, fotoreviews stijgt ondertussen. Leo Erken, documentaire fotograaf, voorheen docent fotografie aan het KABK en tegenwoordig aan AKV St.Joost, waarschuwt zijn collega’s in het werkveld voor de veranderingen in de economische positie van Fotografie. Schrijvend vergelijkt hij fotografen met pottenmakers en keramisten. “In de industrie zijn pottenontwerpers nodig, maar niet zoveel als de miljoenen zelfstandige pottenmakers en glasblazers die de wereld vroeger telde.” schrijft hij, verwijzend naar de overvloed aan fotografie en veranderende markt die professionele fotografen bedreigt. In april post Leo Erken de column op Facebook, voor eigen netwerk. Documentaire fotograaf Geert van Kesteren reageert op het bericht met; “ongeveer 1,3 triljoen foto’s zijn er in 2017 gemaakt. Nogal logisch dat tijden veranderen! Namelijk, fotografie leeft als nooit tevoren!” In de column schrijft Erken dat veel fotografen voor hun exposure betalen, hun projecten met hulp van vrienden en familie (via crowdfunding) bekostigen worden én dat veel fotoboeken gemaakt worden die nauwelijks publiek bereiken. “We hebben een nieuwe talentvolle kunstgeneratie hard nodig om de verhalen, de metaforen en de dialogen waarop onze maatschappij is gebaseerd te hervormen.” waarschuwt Erken. Hoe? En wat dit voor fotografen betekent is alleen nog niet duidelijk.

Het artikel in The New York Times wat de 1,3 triljoen foto’s vermeldt, beschrijft dat verschillende academici waarschuwen voor teveel fotografie. Teveel foto’s van je kinderen maken, maakt hen egoïstisch; teveel foto’s delen via social media, schaadt je relaties in het werkelijke leven én teveel belangrijke gebeurtenissen vastleggen zorgt dat je ze minder goed herinnert. Er is teveel fotografie, bedenk ik me, terwijl ik het artikel lees. Ik moet het over een andere boeg gooien.

Devaluatie van het beeld

Waar fotografie eerder politieke beslissingen actief beïnvloedde, betekent fotografie nu consumptie. Zoals geld devalueert als je geldbiljetten bij drukt, zo devalueert de waarde van foto’s als we verhalen, foto’s en collecties bijmaken. Door heel erg vaak beeld te trekken van een verhaal versplintert de waarde ervan in 1000 stukjes tot niks.

Een selecte groep fotografen, beeldredacteuren, studieleiders en curatoren zijn tijdens Les Rencontres d’Arles 2017 uitgenodigd door platform Transformations, om met elkaar over de toekomst van de fotografie na te denken. In de bijeenkomst bespreken de deelnemers overlevingsstrategieën voor fotografen die meer de nadruk leggen op samenwerking, transdisciplinariteit en cross-overs. In dit toekomstscenario is actief fotograferen teruggedrongen tot slechts een fractie van de werkzaamheden. Andere werkzaamheden groeien juist, zodat de fotograaf anticipeert naar een alles-en-niets-kunner tussen ontwerpers en mediavormgevers die fotografie er af en toe bij doen. De fotograaf die alleen leeft van zijn fotografie behoort tot het verleden. Des te meer reden om me te verdiepen in het gebruik van andere media.

Screenshots

Terwijl ik de mensen en hun dilemma’s niet meer live fotografeer, begin ik screenshots te nemen vanuit mijn laptop en links naar artikelen en filmfragmenten op te slaan. Om onafhankelijk tot een nieuwe positie t.o.v. de wereld van de fotografie, zijn en mijn werkwijze daarin te komen, zoom ik uit. Via design research, diverse bronnen én via het beeldscherm bekijk ik inzichten over de representatie van de vrijgezellen. Al jaren het onderwerp waar ik me mee bezig houd. Met deze andere werkwijze wil ik voor mijzelf beantwoorden wanneer werken met een camera nog relevant is.

Ondertussen is Dirk Jan vd Burg verkozen tot fotograaf des vaderland 2018. V.d. Burgt werkt voornamelijk met screenshots. Dagen zit hij achter zijn laptop en surft online langs visueel interessante fenomenen. Het is door hem, dat ik me realiseerde dat het visuele gedeelte van mijn onderzoek wellicht toch het werk van een fotograaf is, alleen nu vanuit een andere positie en met behulp van een andere type lens; het beeldscherm. Met behulp van screenshots doe ik het merendeel van mijn bronnenonderzoek naar de beeldvorming van de vrijgezel.

Juni 2019